De herfst heeft ons veel te bieden maar ontneemt ons ook iets belangrijks: zonlicht. Een onvermijdelijk gevolg van de wisseling van de wacht in de natuur. Moet je daarom genoeg nemen met een jaarlijks herfstdipje? Zeker niet. En de (mogelijke) oplossing, die kent z’n oorsprong in een land ver, ver hier vandaan: India.

Kurkuma kennen we als specerij onder veel verschillende namen, zoals koenjit, koenier, turmeric of kunyit. Waar we het wel allemaal over eens zijn? De mild bittere smaak en kenmerkende gele kleur. Kurkuma wordt traditioneel gewonnen uit de wortel van de Curcuma Longa-plant en is gekend om z’n smaak, kleur en – vooral – voor zijn geneeskrachtige eigenschappen.

Kurkuma: mirakelkruid?

In India en Zuid-Azië wordt kurkuma al jaren gebruikt om het lichaam te zuiveren en bij het behandelen van uiteenlopende gezondheidsproblemen zoals eczeem, candida, reuma, artritis en artrose. Dat kurkuma een antwoord biedt op deze klachten is echter nog nooit onomstotelijk bewezen. Kurkuma: mirakelkruid?

Wat weten we wél met zekerheid? Dat curcumine (de actieve stof in kurkuma) ontstekingsremmende kwaliteiten heeft. Het maakt kurkuma tot een efficiënt hulpmiddel bij de typische herfstkwaaltjes. Zo kan kurkuma de fysieke klachten bij niezen, loopneuzen en verstopte neuzen verminderen – net als die van kleine ontstekingen. Het maakt de herfst dus geen makkelijker seizoen, maar dankzij kurkuma kunnen we de kenmerkende herfstklachten wel verzachten.